30
‘Heb je nog tijd om wat te drinken?’ vroeg Jacob. ‘Ik weet een tent waar ze heerlijke chocolademartini’s schenken.’
Ik aarzelde. Ik had Jacob weken afgescheept, maar vandaag waren we eindelijk samen gaan winkelen. Het verraste me hoeveel lol we hadden en hoe ik me bij hem op mijn gemak voelde.
‘Blijf uit de buurt van die zwarte truien,’ had ik hem geïnstrueerd toen we de Banana Republic binnen stapten.
‘En grijs dan?’ vroeg hij terwijl hij er een voor zijn borst omhooghield. ‘Ik weet niet of ik helemaal cold turkey kan gaan.’
‘Pas deze eens,’ zei ik en ik gooide een crèmekleurige trui met ronde hals naar hem toe die ongelooflijk zacht aanvoelde. ‘Je zult er echt aan moeten geloven.’
‘Je vriendin heeft een goeie smaak,’ slijmde een verkoper – waarschijnlijk om provisie op te strijken – die naar ons toe kwam gelopen.
We hadden allebei niet de moeite genomen om hem te corrigeren.
Nu keek Jacob me aan met die blauwe ogen met donkere wimpers en ik wist wat hij met zijn uitnodiging wilde zeggen. Hij vond Jimena wel aardig, maar er was niet echt een klik geweest. Ik had een andere vrouw voor hem gezocht, maar hij had haar nog niet gebeld. Ik wist dat Jacob hoopte dat ik van gedachten zou veranderen.
Het zou makkelijk zijn hierin mee te gaan, bedacht ik. Zo makkelijk om te flirten en martini’s te drinken en te genieten van zijn blik op me. Ik zag de avond voor ons liggen: Jacob zou met me meelopen naar mijn auto in de fluwelen avondlucht en dan zou ik me naar hem omdraaien in plaats van mijn portier open te doen en in te stappen. Hij zou zich naar me toe buigen en ik zou mijn hand op zijn ietwat ruwe wang met de lichte stoppels leggen. Dan zou ik mijn ogen sluiten…
Maar nee. Het voelde niet goed. Jacob was toe aan een serieuze relatie. Hij verdiende iemand die hem adoreerde, niet iemand die amper aan hem had gedacht terwijl ze droomde van een leven met een andere man.
‘Dat zou ik enig vinden,’ zei ik uiteindelijk, en er klonk oprechte spijt in mijn stem. ‘Maar ik moet nog meer boodschappen doen.’
‘Het was te proberen,’ zei Jacob. Hij omhelsde me en hield me even vast.
‘Ik ga echt de perfecte vrouw voor je vinden,’ beloofde ik.
Jacob knipoogde naar me en ik draaide me om en liep richting Nordstrom. Toen ik omkeek, was hij al in het winkelende publiek verdwenen.
De telefoon ging één keer over en iemand nam op, maar zei niets.
‘Jane?’ vroeg ik. ‘Met Lindsey, van Blind Dates. Hallo.’
Onheilspellende stilte.
‘Is alles wel oké?’ vroeg ik terwijl mijn vaders stem in mijn hoofd mogelijke rampen beschreef: ze had een beroerte gehad; ze was vastgebonden door een overvaller, had een prop in haar mond en had met haar grote teen de telefoon van de haak weten te wippen; ze had haar hoofd gestoten en had geheugenverlies, net als in een soap.
‘Jane, hoor je me?’ vroeg ik. ‘Maak eens een geluid als je me hoort.’
De zware ademhaling verhevigde, waarop de ernstige verkondiging volgde: ‘Elmo is rood.’
‘Hoi Katie, je spreekt met Lindsey! Weet je nog wie ik ben? Je hebt heel veel ijs van me gehad,’ zei ik. ‘Wil je iets voor me doen en mama voor me halen?’
‘Okiedokie,’ zei Kate opgewekt en ze legde de telefoon neer. Twee minuten later zat ik nog steeds te wachten. Ik hoorde Jane op de achtergrond vragen of ze een glaasje water wilde en Katie stevig onderhandelen om er limonade van te maken, daarna liepen ze de kamer uit en hoorde ik niets meer. Ik hing op en probeerde het nog een keer, maar de telefoon lag nog van de haak dus hij was in gesprek.
Ik gaf het op en probeerde de zeventigjarige beste vriendinnen, die het naar hun zin hadden gehad op een recente dubbeldate maar iets meer ‘pit voor hun geld’ wilden. ‘Stuur ons iemand die na middernacht buiten mag blijven!’ giechelde de nooit getrouwde.
‘En geen mannen met kleine handen!’ brulde haar vriendin op de achtergrond.
‘Grote handen!’ noteerde ik gehoorzaam terwijl ik mijn lachen in probeerde te houden. ‘Ik ga ermee aan de slag, dames.’
Dit was mijn werk, moest ik mezelf voorhouden. Dit was hoe mijn nieuwe leven eruitzag. Over drie weken vertrok May naar India en had ik de leiding over het bedrijf. We hadden besloten dat ik tijdens haar afwezigheid in haar huis zou slapen om voor de honden te zorgen, en daarna… nou, dat zou ik vanmiddag gaan onderzoeken.
‘Vind je het erg als ik er vroeg vandoor ga?’ vroeg ik toen ik de map op mijn schoot dichtsloeg.
‘Het is halfvijf,’ zei ze. ‘Het is helemaal niet vroeg.’
Ik grijnsde en bracht mijn theemok naar de vaatwasser, gaf de honden een paar koekjes en ging naar buiten, naar de oprit, waar mijn nieuwste uitspatting stond te wachten. De avond ervoor was ik naar een Volkswagen-dealer gegaan en was er in een lichtblauwe cabriolet vandaan gereden.
Ik had het dak naar beneden gedaan en voelde de wind mijn haren optillen toen ik op het gaspedaal trapte. Het voelde als een filmmoment, zo eentje waar de muziek opzwelt en de heldin haar hoofd in haar nek gooit en lacht terwijl ze over een lege snelweg racet. Behalve dan dat ik niet te hard reed (ik bleef altijd voor alle zekerheid vijf kilometer onder de maximumsnelheid) en dat thuis mijn ouders naar buiten zaten te turen en zich zorgen maakten of ik te laat voor het eten zou zijn. En technisch gezien was mijn auto ook geen impulsaankoop, aangezien ik vier hele dagen in een consumentenblad veiligheidsklasses had vergeleken en modelnummers had opgezocht zodat ik wist hoeveel de dealer precies voor de auto had betaald voordat ik een bod deed.
Maar hé, ik zette tijdens mijn ritje naar huis wel de muziek harder. Kon ik er wat aan doen dat de enige zender waar geen reclame op was een Lionel-Richie-a-thon hield, wat zich niet echt goed leende voor schallen.
Vanavond was ik wijzer. Ik had cd’s in mijn auto gelegd en koos Coldplay voor mijn ritje. Ook al was het officieel nog geen spitsuur, ik wist dat het enorm druk zou zijn op de Beltway, dus nam ik kleinere weggetjes en kronkelde richting het oosten totdat ik bij Takoma Park aankwam. Dat vond ik altijd een geweldige omgeving. Het was er een rare mengelmoes van kunstzinnige, dorpse winkeltjes en cafés, maar het was groot en druk genoeg om voor een stad door te gaan.
De makelaar stond me voor het huis op te wachten.
‘Lindsey?’ vroeg hij toen hij op mijn auto afstapte terwijl ik uitstapte, en vergezeld van een warme glimlach strekte hij zijn hand naar me uit. ‘Ik ben Jim.’
Jim had een prachtige stem, zwaar en kalm en sexy. Toen ik hem aan de telefoon sprak, had ik me terloops afgevraagd of hij misschien toevallig een makelaarsmagnaat was met brede kaken en net single, die kon dienen als goede afleiding van Bradley. Maar omdat het hier over míjn leven ging, was het gewoon een gezette man van middelbare leeftijd in een velours joggingpak en met een kale plek in de vorm van een keppeltje.
Lionel Richie en een velours joggingpak. Ik zag het al voor me: Jennifer Garner en Anne Hathaway zouden op de vuist gaan voor de rechten op mijn levensverhaal. (‘Niet beknibbelen op de donuts,’ zou de regisseur tegen de cateraars van de film zeggen. ‘We moeten mijn actrice vetmesten.’)
‘Dit is het dus?’ vroeg ik terwijl ik naar het huis keek.
‘Dit is het,’ zei Jim en hij spreidde zijn handen.
Ik wist dat makelaars erom bekendstonden de waarheid enigszins op te rekken. Maar toen Jim dit een pand noemde dat een opknapbeurt kon gebruiken, had ik aangenomen dat er iets op te knappen viel. Mijn blik ging door de tuin – alleen onkruid en kale plekken – naar het pad naar de deur waarin praktisch de helft van de tegels ontbraken. Een ruit op de bovenverdieping was kapot en er hingen puntige stukken glas aan het raamwerk, waardoor het net een kwade mond leek. Jim liep over de veranda en toen ik hem achternaging, kraakten de planken onheilspellend. Als Jim een seriemoordenaar was zou hij hier zijn slachtoffers naartoe lokken, dacht ik, en ik herinnerde mezelf eraan de ballpoint die ik in mijn tas had zitten als wapen te gebruiken als hij me aanviel. (‘Ga voor de ogen!’ hoorde ik mijn vader coachen.)
‘Het is een beetje stoffig,’ zei Jim verontschuldigend toen hij de krakende deur opendeed, zich niet bewust van het feit dat hij in mijn moorddadige fantasie op de grond lag te kronkelen van de pijn terwijl ik zijn jonge, vrouwelijke gijzelaar bevrijdde.
Toen ik door de voordeur naar binnen keek, zag ik dat stof wel het kleinste probleem van dit huis was. Er waren op willekeurige plekken gaten in een muur gehakt, de vloerplanken van de woonkamer waren in het midden kromgetrokken en een hoek was versierd met wat op muizenkeutels leek. Toen keek ik omhoog en zag schitterende blootliggende eiken balken in een hoog plafond.
‘Dit huis kan wel wat liefdevolle aandacht gebruiken,’ zei Jim, wat mogelijk de grootste understatement in de fikse geschiedenis van makelaarsleugentjes was. ‘Het is van een bejaard echtpaar geweest dat het niet kon bijhouden. Ze zijn een jaar of tien geleden overleden en hun zoon heeft er ook nooit naar omgekeken. Hij woont in Seattle in een of andere commune.’
Jims stem ging over op samenzweerderig gefluister: ‘Drugs.’
Ik liep de keuken in en trok een kastje open. Het hout was verschoten en versleten, en het linoleum van het aanrecht had een kleur die Benjamin Moore isoleercelgrijs zou noemen.
Maar als je de kastjes zou afkrabben en opnieuw politoeren, het linoleum eraf zou trekken en de muur tussen de keuken en de woonkamer eruit zou slopen… Ik knipperde met mijn ogen en zag gele tegels voor me op het aanrecht, kersenhouten kastjes en een gezellig ontbijtbarretje dat de woonkamer en de eetkamer scheidde.
‘Mooi fornuis,’ zei ik terwijl ik een pitje van het grote, ouderwetse fornuis aanraakte. Het brak af.
‘Zullen we boven kijken?’ stelde Jim opgewekt voor na een beetje een ongemakkelijke stilte.
De bovenverdieping was zelfs nog erger dan ik vreesde. Onder een dikke laag spinnenwebben zag ik twee slaapkamers met grote ramen en een badkamer met een ouderwetse badkuip op poten die misschien ooit wit was geweest. De slaapkamers gaven je het gevoel dat het een spookhuis was, met witte lakens over enkele meubelstukken en stofjes die in het vage licht dwarrelden dat door de vieze ruiten naar binnen kwam.
Jim trok een laken van het bed en onthulde een bevlekt, ingezakt matras, waarna hij zijn mond met zijn zakdoek bedekte en spontaan een hoestbui kreeg.
‘Het is inclusief meubels!’ verkondigde hij grootmoedig toen hij weer kon ademen. ‘Als je interesse hebt, komen we er vast wel uit.’
Ik liep door de kamer om een raam open te zetten en voor het eerst in een veel te lange tijd frisse lucht door de grote slaapkamer te laten stromen. De ramen waren ouderwets, kamer-hoog, en gingen als armen open om een prachtig uitzicht op de Lagerstroemia’s en appelbomen die langs de straat eronder stonden te omarmen. Ik liep weer door de kamer en trok boven het bed een reep ouderwets bloemetjesbehang eraf. Hoe zou deze kamer eruitzien met een lekker fris laagje warme, rooskleurige verf, vroeg ik me af. Als er sneeuw viel achter die enorme ramen en er een vuur brandde in die kleine stenen open haard in de hoek?
Ik liep naar de open haard en bekeek hem eens goed. Iemand had de stenen modderkleurig geschilderd, dacht ik verontwaardigd toen ik er over een schraapte met mijn nagel. Onder al die lagen saaie verf zaten oude stenen in roesttinten. Hoe zouden die eruitzien als ze schoongemaakt en geglazuurd waren?
‘Soms zien mensen de schoonheid van iets niet als het ze niet in het gezicht slaat,’ zei Jim. Hij leunde met zijn handen in zijn zakken tegen de deurpost, waarschijnlijk omdat hij nergens durfde te gaan zitten. ‘Dit huis kan heel mooi zijn, als iemand de tijd neemt om dat te beseffen. Maar veel mensen lopen er straal voorbij, zonder ooit te weten hoe speciaal het is.’
Ik maakte een snelle hoofdrekensom. Mijn spaarrekening kon een fikse aanbetaling aan, en dan zou er nog genoeg over zijn om het huis op te knappen, zeker als ik een deel van het werk zelf deed. Ondanks mijn frequente koopbuien, stond er nog een aardig saldo op. Ik had er tenslotte zeven jaar over gedaan om het op te sparen. Zeven jaar waarin ik nooit een risico had genomen. Waarin ik de wereld onder de glazen ramen van mijn kantoor aan me voorbij zag gaan.
Die rekensom was maar een formaliteit. Ik had mijn beslissing gemaakt zodra ik dit huis in stapte.
Ik wendde me tot Jim en glimlachte. ‘Ik wil het,’ zei ik. Ik was mijn hele leven nog nooit zo zeker van iets geweest.
Ik dommelde net in, mijn hoofd vol beelden van blootliggende balken en bloembakken die uitpuilden met gerbera’s, toen Alex op mijn halfopen deur klopte. We hadden elkaar amper gesproken sinds ik haar de oude IQ-testen had laten zien. Ze was één of twee keer haar kamer uitgekomen om samen met mij en onze ouders tv te kijken, maar had niet aan de gesprekken deelgenomen.
‘Gaat het een beetje?’ had ik een keer gevraagd toen we elkaar in de gang tegenkwamen, ik onderweg naar de badkamer en Alex onderweg daar vandaan.
Ze knikte. ‘Ik heb gewoon even tijd nodig om na te denken. Het is nogal wat, snap je?’
‘Ja,’ zei ik. Ik was het zelf ook nog aan het verwerken.
‘Kom maar binnen,’ zei ik nu en ik stutte mezelf op één elleboog. ‘Ik ben wakker.’
Alex deed de deur open en kwam mijn kamer in. Ze droeg vandaag weer haar zwarte joggingbroek, maar eerder in de gang had ik gezien dat ze voor het eerst sinds de operatie haar nagels had gelakt.
‘Alles goed?’ vroeg ik.
Alex gaf geen antwoord op mijn vraag. In plaats daarvan ging ze op de punt van mijn bed zitten en trok haar knieën op tegen haar borst.
‘Ik zag je toen je vanmorgen naar je werk ging,’ zei ze. Het maanlicht dat door mijn raam naar binnen schemerde speelde op haar gezicht, en even, vanuit die hoek, zag ik een glimp van de oude Alex. Toen draaide ze haar hoofd en verdween de illusie. ‘Je zag er goed uit,’ zei ze zacht. ‘Echt heel goed.’
Ik had een lunchafspraak met een nieuwe klant en had een blauwe rok aangehad en een transparant wit shirt met een diepe V-hals. Maar mijn make-up had ik pas bij May opgedaan. Op de een of andere manier voelde ik me schuldig, alsof ik Alex zou verraden als ze zou zien dat ik er mooi uit probeerde te zien.
‘Ik vroeg me altijd al af waarom je je haar nooit los droeg,’ zei Alex. Ze drukte haar knieën steviger tegen zich aan. ‘En je kleedde je ook nooit zo dat je je lichaam kon showen.’
‘Waarom zou ik dit willen showen?’ grapte ik, waarna ik mezelf wel voor mijn kop kon slaan. Alex was op het moment waarschijnlijk vijf kilo zwaarder dan ik. Hoe kon ik dan een grap maken over mijn overgewicht?
‘Kom op, zeg!’ Alex keek afkeurend naar me. ‘Die rondingen staan je goed. Vind je echt dat je dik bent?’
‘Naast jou voelde ik me denk ik altijd mollig,’ zei ik. Ik slikte en ging verder. ‘En ik vond het niet de moeite waard om make-up op te doen. Of iets met mijn haar te doen.’
‘Waarom?’ wilde Alex weten.
‘Omdat naast jou niemand me opmerkte,’ zei ik zacht. Het deed bijna fysiek pijn om die woorden uit te spreken, alsof je een korst van een oude wond trekt die nog niet helemaal is genezen. Ik dacht terug aan de middelbare school, toen ik me uit de voeten maakte voor de coole oudere jongens terwijl Alex zorgde dat ze verliefd op haar werden. Ik dacht aan de oude vrouw die met een hand die op een klauw leek mijn haar had vastgepakt en had verkondigd dat het zonde was dat ik niet op mijn zusje leek. Ik dacht aan duizend pijnlijke kleineringen, kleine en grote: de keren dat obers snel Alex’ glas bijvulden en het mijne leeg lieten; de keren dat jongens haar aangaapten nadat hun blik mij voorbij was geschoten; de keren dat mensen: ‘Je zús?!’ zeiden op een toon waaruit bleek dat ze geen moeite deden hun verbazing te verbergen.
Ik nam Alex die momenten niet meer kwalijk, want ik begreep eindelijk dat het niet haar schuld was. Maar dat betekende niet dat die herinneringen niet pijnlijk waren.
‘Luister, Alex,’ zei ik. ‘Je zult heel snel weer beeldschoon zijn. En daar ben ik blij om, echt waar. Maar ik heb denk ik altijd het gevoel gehad dat ik in de achtergrond oploste als jij in de buurt was. Maar dat is natuurlijk niet jouw schuld,’ voegde ik er snel aan toe.
‘Ik wist het niet,’ zei Alex, en ik besefte dat dat waar was. Alex had niet geweten hoe ik me voelde, maar we wisten dan ook allebei niet veel van elkaar. Ze schudde het hoofd. ‘Ik dacht dat je niets om kleding en zo gaf.’
‘Blijkbaar wel,’ zei ik. ‘Ik heb de laatste tijd als een gek lopen shoppen.’
‘Ik was ook een beetje jaloers op jou,’ zei Alex.
‘Jij?’ vroeg ik. ‘Serieus?’
‘Op je baan,’ zei ze. ‘Dat je de hele wereld overvloog en al die commercials bedacht. Het klonk altijd zo cool.’
Even staarde ik haar stomverbaasd aan. Alex was jaloers op míj geweest?
‘Ik was jaloers op Gary,’ flapte ik eruit. ‘Hij leek de volmaakte man. En hij adoreerde je.’
‘Ik was jaloers op jouw onafhankelijkheid,’ zei Alex. ‘Ik heb mijn hele leven in dit stadje gewoond. Jij ging ver weg studeren en je woonde in New York. Je had een geweldig appartement en je kende de stad alsof je er al je hele leven woonde.’
Ze was jaloers op míj geweest. Ik kon het nog steeds niet bevatten. Ik had er al die tijd geen idee van gehad.
‘Weet je, ik dacht dat ik een beetje verliefd was op Bradley toen ik weer thuis kwam wonen,’ zei ik terloops.
‘Echt waar?’ Alex was oprecht verbaasd. Ik kende haar goed genoeg om te weten dat ze het niet veinsde. Dus Bradley had er toch niets over gezegd.
‘Gestoord, hè?’ zei ik. ‘Ik was een beetje in de war.’
Ik dwong mezelf te lachen, om op de een of andere manier te laten zien hoe onbelangrijk mijn verliefdheid was geweest, maar Alex lachte niet mee.
‘Ben je nog steeds…’ Ze zweeg en er verschenen bezorgde rimpels op haar voorhoofd.
‘Hemel, nee,’ zei ik.
‘Want ik dacht dat je in New York iemand had,’ zei ze. ‘En toen ging je met die Jacob uit.’
‘Alex,’ zei ik en ik legde mijn handen op die van haar. Ik moest doen alsof dit niets om het lijf had, maar misschien zou ik haar ooit het hele verhaal vertellen, en misschien zou ik er dan echt om kunnen lachen. ‘Bradley en ik zijn voorbestemd om niets meer dan vrienden te zijn. Ik probeerde gewoon een verliefdheid op te wekken zodat ik me niet hoefde bezig te houden met het feit dat ik ontslagen was. En ik moet nog iets toegeven,’ zei ik, en ik gaf mijn stem een sombere klank.
‘Ik weet niet of ik nog meer aankan,’ zei Alex. ‘Het lijkt hier wel Jerry Springer.’
‘Ik was ook krankzinnig jaloers,’ zei ik langzaam, ‘op jouw… teennagels.’
‘Mijn teennagels,’ zei Alex langzaam.
‘Die zien er altijd perfect uit. Wie heeft er nou perfecte teennagels?’
‘Nu is het officieel,’ zei ze. ‘Jij hebt meer therapie nodig dan ik.’
Ik keek naar Alex en we moesten allebei glimlachen.
‘Ik weet dat dit ontzettend klote is,’ zei ik. ‘Maar je haar groeit alweer terug. Je hoeft straks geen steroïden meer te slikken. Het komt goed.’
Alex knikte, maar ze leek niet overtuigd. Misschien zou het niet hetzelfde worden, realiseerde ik me. Misschien zou je je als je in één klap je schoonheid was kwijtgeraakt realiseren hoe vergankelijk het was, en zou het nooit meer een onverdeelde vreugde zijn.
‘Over die testresultaten,’ zei Alex.
‘Bizar, hè?’ zei ik. ‘Niet dat ik jaloers ben of zo.’
Alex sloeg me op mijn arm. ‘Ik zit eraan te denken om te stoppen met modellenwerk. Tv wil ik blijven doen, maar tegen de tijd dat mijn haar is teruggegroeid en ik weer ben afgevallen… Ik weet het niet, het lijkt me gewoon makkelijker om nu te stoppen dan het te rekken. Stoppen op je dieptepunt, toch?’
‘Wil je je tv-werk uitbreiden?’ vroeg ik.
‘Niet lachen,’ zei Alex.
‘Zal het niet doen,’ beloofde ik.
‘Ik zat eraan te denken,’ zei Alex langzaam, ‘om weer te gaan studeren.’
‘Doen,’ zei ik meteen.
‘Echt?’ vroeg ze. ‘Denk je niet dat dat gek zal zijn, om op je negenentwintigste weer in de schoolbanken te zitten?’
‘Nee,’ zei ik. ‘Wat wil je gaan doen?’
Ze trok één schouder op. ‘Handel, misschien.’
‘Gewoon doen,’ zei ik weer.
‘Tegen het najaar is alles misschien wel weer normaal,’ zei Alex. ‘Misschien kan ik dan beginnen.’
‘Klinkt perfect,’ zei ik.
Ze knikte en leunde achterover, in gedachten bij een onverwachte toekomst. Net als ik even daarvoor was geweest.
‘Ik vroeg me af of je er nog over hebt nagedacht om Bradley te bellen,’ zei ik terloops.
De dromerige blik zakte van Alex’ gezicht af. ‘Nog niet,’ zei ze, op haar hoede.
‘Alex, hij wil je zien,’ zei ik.
Ze vouwde haar benen onder zich vandaan en stond op.
‘Je moet me niet pushen,’ zei ze.
‘Kom op,’ zei ik. ‘Bel die jongen nou. Verlos hem uit zijn lijden.’
Maar Alex liep al door de deur, alsof ze heel graag afstand tussen zichzelf en het noemen van Bradley wilde krijgen.
‘Welterusten,’ zei ik en ze deed mijn deur dicht.